Wat te doen wanneer iemand in het ziekenhuis overlijdt

Wanneer iemand overlijdt in het ziekenhuis, stelt de behandelende arts of een gemeentelijke lijkschouwer het overlijden vast volgens het lijkschouwprotocol. De familie wordt direct op de hoogte gebracht en het lichaam wordt overgebracht naar een mortuarium voor koeling.
Daarna kiezen de nabestaande, met of zonder een uitvaartverzorger, hoe en waar de opbaring zal plaatsvinden. De uitvaartverzorger helpt ook met de overlijdensaangifte bij de gemeente en regelt het verlof tot begraven of cremeren.
Wat gebeurt er direct na een overlijden in het ziekenhuis?
Direct na een overlijden in het ziekenhuis wordt het protocol lijkschouw en overlijden gevolgd. Dit proces is vastgesteld door de medische staf en het bestuur van het ziekenhuis.
Hierbij volgen ze de richtlijnen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) en de Wet op de Lijkbezorging (Wlb). Het lijkschouwprotocol bestaat doorgaans uit 4 stappen:
-
1. Het overlijden wordt vastgesteld
Het overlijden wordt officieel vastgesteld door de behandelende arts of door een gemeentelijke lijkschouwer. Hiervoor worden de vitale functies gecontroleerd. Wanneer het overlijden is vastgesteld, stelt de arts een verklaring van overlijden op.
Dit wordt ook wel de lijkschouwing genoemd. Bij twijfel aan een natuurlijke dood wordt direct een gemeentelijk lijkschouwer (forensisch arts) ingeschakeld.
-
2. Informeren van nabestaanden en overlijden registreren bij de gemeente
Nadat de lijkschouwing heeft plaatsgevonden worden de nabestaanden direct geïnformeerd. De arts of het ziekenhuispersoneel zorgen voor de eerste administratieve handelingen.
De overlijdenspapieren worden overhandigd aan de familie of de uitvaartverzorger. Binnen 6 werkdagen moet het overlijden worden aangegeven bij de gemeente, die vervolgens het verlof tot begraven of cremeren afgeeft.
-
3. Overbrengen en koelen van het lichaam
Het lichaam wordt binnen enkele uren na het overlijden overgebracht naar het ziekenhuismortuarium of naar een extern mortuarium. Hier wordt het lichaam gekoeld om het ontbindingsproces te vertragen.
Dit is verplicht op grond van artikel 11 Wet op de Lijkbezorging (Wlb). Het koelen van het lichaam moet binnen 6 uur gestart zijn.
-
4. Regelen van uitvaart en asbestemming
Samen met de uitvaartverzorger bepaalt de familie of het gaat om een begrafenis of crematie. De uitvaart moet plaatsvinden tussen 36 uur en 6 werkdagen na overlijden. Indien gewenst, regelt de uitvaartverzorger het transport, de opbaring en de benodigde vergunningen.
Bij crematie wordt de as na minimaal 30 dagen wettelijke bewaarplicht vrijgegeven aan de nabestaanden.
Wie stelt het overlijden vast in het ziekenhuis?
De behandelende arts of een gemeentelijke lijkschouwer stelt het overlijden vast in het ziekenhuis en maakt vervolgens de overlijdensakte op.
Wanneer iemand overlijdt op de intensive care, controleert de arts direct de vitale functies, stelt het overlijden vast en vult de overlijdensakte in die nodig is voor het verlof van de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Na de overlijdensaangifte geeft de gemeente een verlof tot begraven of cremeren, wat verplicht is voor de uitvaart. In de praktijk regelt de uitvaartverzorger deze formaliteiten om de familie te ontzorgen.
Wat is het verschil tussen een ziekenhuis- en extern mortuarium?
Het ziekenhuismortuarium is meestal een tijdelijke voorziening binnen het ziekenhuis en staat onder beheer van een uitvaartondernemer. De opbaring is vaak van korte duur (24 tot 72 uur) en gebeurt direct na het overlijden. De verzorging van de overledene wordt doorgaans gedaan door ziekenhuispersoneel.
Een extern mortuarium is een locatie buiten het ziekenhuis. Hier wordt het lichaam verzorgd en klaargemaakt voor rouwbezoek. Nabestaanden kiezen vaak voor een extern mortuarium als ze meer tijd willen nemen om afscheid te nemen.
Wat kost een opbaring in het ziekenhuis?
De kosten van een opbaring in het ziekenhuis zijn doorgaans €100 tot €400 per dag. De meeste ziekenhuizen brengen deze kosten in rekening vanaf de tweede dag.
Een uitvaartverzekering vergoedt deze kosten vrijwel altijd, afhankelijk van de polisvoorwaarden. Zonder verzekering moeten de nabestaanden deze kosten zelf betalen.
| Type opbaring | Kosten per dag | Opmerkingen |
|---|---|---|
| Ziekenhuismortuarium | €100 – €200 | Vaak alleen eerste dag inbegrepen, vanaf tweede dag meerkosten |
| Extern mortuarium | €150 – €300 | Meer mogelijkheden voor rouwbezoek en langere opbaring |
| Thuisopbaring | €200 – €400 | Kosten afhankelijk van koeling en verzorging aan huis |
Wat zijn de mogelijkheden voor opbaring buiten het ziekenhuis?
Er zijn vier meest gekozen mogelijkheden voor opbaring buiten het ziekenhuis:
- Thuisopbaring: de overledene wordt thuis opgebaard en familie kan in een vertrouwde omgeving afscheid nemen.
- Rouwcentrum: een centrale locatie waar nabestaanden afscheid kunnen nemen.
- Extern mortuarium: het lichaam wordt gekoeld bewaard tot de uitvaart plaatsvindt.
- Uitvaartverzorger: deze regelt het vervoer van de overledene naar de gekozen locatie.
Wat gebeurt er met persoonlijke bezittingen van de overledene?
De persoonlijke bezittingen worden verzameld en opgeborgen door het ziekenhuispersoneel. Nabestaanden ontvangen de spullen inclusief een overzicht via een overdrachtsformulier.
Welke ondersteuning biedt het ziekenhuis aan nabestaanden?
Ziekenhuizen bieden steun aan nabestaanden via maatschappelijk werkers die helpen bij rouwverwerking en praktische zaken zoals documenten. Het ziekenhuis kan familie doorverwijzen naar gespecialiseerde rouwbegeleiders en ondersteunt bij de eerste administratieve stappen.